Gesponsord door:

Gesponsord door:

Fytonutriënten als hulpbron bij de menopauze

Ilse van Bladel

Ilse van Bladel

Vitaliteitscoach, orthomoleculair therapeut, tekstschrijver

De overgang is een complexe hormonale transitie die gepaard gaat met diverse fysiologische veranderingen, variërend van vasomotorische symptomen en metabole ontregeling tot invloed op de cardiovasculaire gezondheid en het neuro-endocriene systeem. Specifieke voedingsstoffen kunnen de hormonale balans bij vrouwen ondersteunen en menopauzale klachten verminderen. In dit artikel verkennen we de wetenschappelijke onderbouwing van soja-isoflavonen, de mogelijke rol van goede darmbacteriën bij equol-productie en de toepassing van Cucurbita pepo bij menopauzale klachten.

Inhoud

  • Bijwerkingen van hormoontherapie
  • Soja-isoflavonen en equol
  • Soja-isoflavonen en opvliegers
  • Verbetering van klachten met isoflavonen
  • Soja-isoflavonen of hormoontherapie bij osteoporose
  • De invloed van darmgezondheid op isoflavonen
  • Urogenitale klachten
  • Cucurbita pepo en urine-incontinentie
  • Combinatie Cucurbita pepo en soja-isoflavonen
  • Bronnen

Bijwerkingen van hormoontherapie

Oestrogeenbehandeling wordt al bijna 60 jaar gebruikt om menopauzale symptomen te verlichten, en studies tonen aan dat het de frequentie van opvliegers met 75% vermindert. Sinds de publicatie van de Women’s Health Initiative studie in 2002 is er echter meer bekend over de risico’s van langdurige hormoontherapie met oestrogeen en progestageen. De studie toont aan dat deze therapie de incidentie van borstkanker, coronaire hartziekten, beroertes en longembolieën aanzienlijk verhoogt bij gezonde vrouwen. Als gevolg hiervan kiezen veel vrouwen voor natuurlijke alternatieven, zoals fyto-oestrogenen, om menopauzale klachten te verlichten.

Soja-isoflavonen en equol

Soja-isoflavonen hebben een oestrogeenachtige structuur en kunnen binden aan oestrogeenreceptoren. Epidemiologische studies laten een omgekeerde relatie zien tussen sojaconsumptie en de prevalentie van opvliegers. Genisteïne en daidzeïne zijn de meest voorkomende fyto-oestrogenen in sojaproducten, maar equol, een actieve metaboliet van daidzeïne, wordt beschouwd als de verbinding met de meest significante oestrogene werking. Fyto-oestrogenen werken als Selectieve Oestrogeen Receptor Modulatoren (SERM’s), waarbij ze vooral binden aan de bèta-oestrogeenreceptoren die een gunstige invloed hebben. De omzetting van daidzeïne naar equol gebeurt in de darm door specifieke bacteriën. Ongeveer 30% van de Westerse populatie en 60% van de Aziatische populatie met een soja-rijk dieet kan equol produceren.

Soja-isoflavonen en opvliegers

Het effect van soja-isoflavonen op de cardiovasculaire gezondheid, botgezondheid en menopauzale symptomen lijkt afhankelijk van het individuele vermogen om soja-isoflavonen om te zetten in equol. Daarnaast bestaan er interetnische verschillen in deze conversiecapaciteit. Bijvoorbeeld, Aziatische vrouwen ervaren aanzienlijk minder opvliegers dan vrouwen uit andere etnische groepen. Dit kan deels worden verklaard door hun hogere inname van sojaproducten en het grotere percentage vrouwen met een equol-producerend microbioom.

Verbetering van klachten met isoflavonen 

In een studie van Jou et al. met 96 postmenopauzale vrouwen kregen 66 vrouwen isoflavonen (135 mg per dag) en 30 vrouwen een placebo. Alleen vrouwen die equol produceerden (EP-groep), ervoeren significante verbeteringen in menopauzale symptomen, waaronder opvliegers, overmatig zweten, zwakte en hartkloppingen. In deze groep nam de opvliegerscore af met 68% na 3 maanden en 79% na 6 maanden, vergeleken met respectievelijk 38% en 78% in de placebogroep. De totale symptoomscore daalde het sterkst in de EP-groep (84% versus 58% in de niet-EP-groep en 66% in de placebogroep). De niet-EP-groep liet geen significante verbeteringen zien ten opzichte van placebo. Goede darmbacteriën die de equol-producerende capaciteit van de darmflora ondersteunen, zouden daarom een aanvullende therapeutische strategie kunnen vormen bij isoflavonen. 

De invloed van darmgezondheid op isoflavonen

Uit de studie van Rafii blijkt dat de omzetting van daidzin en daidzeïne naar equol wordt bepaald door specifieke darmbacteriën. Factoren zoals voeding, leeftijd en antibiotica beïnvloeden deze omzetting. Vegetariërs en mensen met een soja-rijk dieet hebben een hogere kans equol te produceren, wat geassocieerd is met een lagere incidentie van hormoonafhankelijke aandoeningen. Fruitconsumptie kan bepaalde darmbacteriën stimuleren, terwijl antibiotica, zoals tetracycline, deze bacteriën kunnen elimineren en daarmee de equolproductie verminderen. Daarnaast kunnen korteketenvetzuren en arginine de metabole activiteit van daidzeïne-verwerkende bacteriën versterken.

Soja-isoflavonen of hormoontherapie bij osteoporose

Osteoporose is een veelvoorkomend probleem na de menopauze. Een studie van Tit onderzocht de effectiviteit van soja-isoflavonen vergeleken met een lage dosis hormoontherapie (HRT) bij het voorkomen van botverlies. Gedurende 12 maanden werden bij 325 postmenopauzale vrouwen verdeeld over drie groepen – HRT, fyto-oestrogenen (40 mg soja-isoflavonen per dag) en een controlegroep – de botminerale dichtheid (BMD) en de afbraakmarker D-Pyr gemeten. Na een jaar werd bij een klein aantal vrouwen een verbetering in botdichtheid gezien, vooral in de behandelde groepen. Zowel HRT als soja-isoflavonen verminderden botresorptie aanzienlijk, zonder grote verschillen in effectiviteit tussen beide behandelingen.

Urogenitale klachten

Urine-incontinentie treft bijna 50% van de middelbare en oudere vrouwen en heeft een aanzienlijke impact op de levenskwaliteit. Risicofactoren zijn onder andere overgewicht en roken. Het komt ook vaak voor bij postmenopauzale vrouwen door oestrogeendaling en verzwakking van de bekkenbodemspieren. Cucurbita pepo (pompoenzaad) wordt al lang gebruikt bij blaasproblemen. Pompoenzaadextract draagt bij aan de hormonale regulatie door remming van 5-alfa-reductase (een enzym betrokken bij hormoonstofwisseling, wat spierversterkende effecten heeft) en zorgt voor directe spierontspanning van de blaas, wat de frequentie van urineren vermindert.

Cucurbita pepo en urine-incontinentie

Een studie van Gazova onderzocht de effectiviteit van een fytotherapeutische combinatie met Cucurbita pepo, heermoes en lijnzaad bij stressincontinentie als alternatief voor conventionele behandelingen. In totaal namen 86 vrouwen (32-88 jaar) deel aan de 12 weken durende studie in 20 klinieken in Slowakije. De behandeling verminderde urineverlies met 30-35%, dagelijkse urinelozingen met 26-40% en nachtelijke urinelozingen met 54-64%. Bijwerkingen waren minimaal en 97% van de vrouwen ervoer verbetering. Cucurbita pepo lijkt dus een veelbelovende natuurlijke ondersteuning voor de urinewegen en hormonale balans.

Combinatie Cucurbita pepo en soja-isoflavonen

Tot slot werd in een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie van Shim de effectiviteit van Cucuflavone (pompoenzaad- en sojakiemextract) bij 120 patiënten met een overactieve blaas onderzocht. Na 12 weken verminderden klachten zoals urinatiefrequentie, urgentie en incontinentie significant, sterker dan in de placebogroep. Geen bijwerkingen werden gerapporteerd. Dit suggereert dat pompoenzaad- en sojakiemextract een veilig en effectief natuurlijk alternatief is voor de behandeling van een overactieve blaas en de levenskwaliteit kan verbeteren.

De informatie in dit artikel is afkomstig uit diverse bronnen. 

Bronnen: